Visie op het schoolvak filosofie

‘Wat ik later meeneem uit het vak filosofie is niet de stof en de filosofen, maar een manier van denken. Bij filosofie leer je logisch redeneren, deze redenaties logisch te ordenen en correct te onderbouwen. Je leert kritisch te zijn op theorieën en ideeën van anderen, maar ook op die van jezelf. De stof die we bij filosofie krijgen is een hulpmiddel om zo te leren denken. Ik kan de Ideeënwereld en de categorische imperatief wel complete onzin vinden, maar dit moet ik vervolgens wel kunnen onderbouwen (al heb ik dat vooralsnog niet heel goed gedaan).’

 

Daniel, 18 jaar, 6 Atheneum, Hermann Wesselink College

Bij filosofieonderwijs leren middelbare scholieren zich verhouden tot zichzelf, anderen en de wereld om hen heen. Naast kennis van de filosofische ideeëngeschiedenis en het leren van kritische denkvaardigheden, staat het ontwikkelen van een eigen, weloverwogen visie op maatschappelijke, wetenschappelijke en existentiële vraagstukken centraal.

Filosoferen over zo’n vraagstuk kan worden gezien als een gesprek. De leerling gaat het gesprek aan met haar medeleerlingen, de filosofische traditie en de docent. Ze deelt haar standpunt en onderbouwt het. Haar docent of haar klasgenoten brengen alternatieve posities, argumenten en ervaringen in. De leerling wordt zo – als het goed is – gemotiveerd om haar eigen standpunt nader te onderzoeken.

Bij het filosoferen in de klas is een belangrijke rol weggelegd voor de filosofische traditie. Filosofen stellen al meer dan 2500 jaar de grote vragen en geven daar beargumenteerde antwoorden op. De filosofische traditie fungeert in de klas als klankbord: zowel de vragen die de grote filosofen zich hebben gesteld als de antwoorden die ze hebben gegeven, moeten de leerlingen begrijpen, analyseren en bekritiseren.

Door mee te denken met anderen scherpen leerlingen hun eigen denken. In haar vakdidactisch proefschrift beschrijft Natascha Kienstra dit ‘filosofie leren door te filosoferen’ als één van de kerndoelen van het schoolvak filosofie.