GLVM – H8 Habermas, Rutte en het Rijnlandse model – ET 41, 42, 45 en 46

Samenvatting

De begrippen ‘instituties’, ‘rationaliteit’ en ‘communicatief handelen’ worden door leerlingen zelf onderzocht aan de hand van een casus over Mark Rutte en dividendbelasting.

Domein

Examen vwo

Kernbegrippen

Angelsaksisch model, communicatieve rationaliteit, harde instituties, instrumentele rationaliteit, Jürgen Habermas, Rijnlands model, zachte instituties

Benodigde tijd

1 lesuur van ongeveer 60 minuten, plus een uur voor de leerlingen om alles uit te werken (kan als huiswerk)

Vereiste voorkennis van leerlingen

Bij voorkeur hebben de leerlingen al de introductie van hoofdstuk 8 uit GLVM gelezen over instituties aan de hand van het voorbeeld van Dave Eggers’ The Circle.

Lesniveau

Vwo 6

Lesplan

Leerlingen krijgen eerst op de Powerpoint het leerdoel voorgeschoteld. Zij krijgen vervolgens de tussenstappen te zien.

Leerlingen kunnen kiezen of zij dit leerdoel zelfstandig uit gaan werken (A), of in een groepje samen gaan uitwerken (B), of dat zij een eigen voorbeeld kiezen aan de hand waarvan ze het leerdoel willen uitwerken (C).

Docenten kunnen ervoor kiezen om leerlingen hun uitwerking te laten presenteren in de les of dat zij hun uitwerking inleveren in de vorm van een document/ filmpje/ presentatie/ poster. [voorbeeld van een mogelijke beoordelingsrubric in de bijlagen]

 

Leerdoel: leerlingen kunnen aan de hand van een praktijkvoorbeeld beargumenteren waarom in het Angelsaksische model minder ruimte is voor communicatieve rationaliteit dan in het Rijnlandse model. Ze kunnen daarbij beargumenteren waarom dit volgens Habermas leidt tot kolonisatie van het goede leven door de instrumentele rationaliteit.

 

Subdoelen/ stappen:

  1. Ga op zoek naar bronnen van een grote krant of kritisch tijdschrift a.d.h.v. de zoektermen: “Rutte, democratie én dividendbelasting” óf de zoektermen: “Rutte belasting en bedrijven”
  2. Probeer op basis van de bron eerst het voorbeeld duidelijk te krijgen: waar gaat dit debat over? Wat is er gebeurd?
  3. Om de context duidelijk te krijgen moet je eerst de termen harde en zachte instituties kennen
  4. Wat zou bedoeld worden met rationaliteit in de context van instituties?
  5. Werk de termen in het leerdoel uit. Gebruik het examenboek en je lesboek of een andere bron (Habermas).
  6. Probeer de termen die je in het leerdoel hebt uitgewerkt toe te passen op het voorbeeld:
    1. In welk geval is er sprake van communicatieve rationaliteit?
    2. In welk geval van instrumentele rationaliteit?
    3. Welke personen staan heel sterk voor één van deze vormen van rationaliteit en waarom?
    4. Waar vind je in dit voorbeeld ruimte voor het goede leven? En staat dat in dit voorbeeld tegenover de vrije markt of juist niet?
  1. Probeer dan de vraag te beantwoorden of in het geval van Rutte gesproken kan worden over kolonisatie van het goede leven door instrumentele rationaliteit of niet en waarom?

 

Leerdoelen

De leerling kan de stof van eindterm 45 uitleggen, herkennen in een casus en kritisch evalueren a.d.h.v. een voorbeeld (begrijpen) (analyseren) (kritiseren)

Benodigd materiaal

Suggesties voor vervolglessen

Tip voor herhaling/testen of de lessen zijn geland: Bekijk samen het volgende fragment waarin Rutger Bregman in het hol van de leeuw het grootkapitaal aanvalt op hun belastingontwijking: https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/684230

Ook hier staan we voor de keuze: willen we meer gemeenschapsgeld waarover we als samenleving herrschafsfrei kunnen beslissen, of rijken die beslissen wat ze met hun eigen kapitaal doen. Dit fragment is goed te bespreken in de termen van Habermas (en Foucault)

Auteur

Kirsten Pols en Albert Jan van der Leeuwen

Bijlagen


Schrijf een bericht