5/11/2026

Inzendingen gevraagd! Beste Baruch – Filosofie als consumptie

Voor deze rubriek in de aankomende uitgave van Spinoza! vragen we filosofiedocenten om te reageren op een “brief aan Baruch”. Reacties worden geredigeerd en anoniem gepubliceerd.

Beste Baruch,

Laatst zat ik op de wc en las weer eens de Upanishaden. Eén passage trof me daarbij in het bijzonder:

Twee vogels zitten naast elkaar, op dezelfde tak in een boom.
De ene vogel eet een stuk fruit.
De andere vogel kijkt daarnaar.

Simone Weil zou hierover zeggen dat de twee vogels eigenlijk staan voor twee houdingen van de menselijke ziel. Aan de ene kant willen wij eten, gebruiken, consumeren. Aan de andere kant is er aanschouwen, belangeloos kijken, contemplatie. Ik las deze zinnen nog eens en nog eens. Die twee houdingen gelden voor de afzonderlijke ziel, maar van Plato – Weil was overigens behoorlijk fan van Plato, Aristoteles vond ze maar een sukkel – weten we: zo ziel, zo samenleving. Nu rijst de ook in onze tijd onvermijdelijke vraag: worden wij tegenwoordig niet meer en meer verteerd door vogeltje nr. 1, en vergeten wij niet meer en meer de waarde van vogeltje nr. 2? Dit zien we eveneens terug op de scholen. ‘Kunt u Plessner in één zin uitleggen?’ ‘Kunt u van alles even een korte samenvatting geven?’ ‘Moet ik dit echt lezen?’ Ja, het spook der consumptie waart ook door de school.

Mijn eerste vraag, Baruch, is dan: gesteld dat dit zo is, is het zo erg? Velen zullen zich afvragen: waarom zou je eten in hemelsnaam moeten aanschouwen? Het leven is toch gewoon consumeren, wakker worden, doen, gebruiken, verteren, slapen, en opnieuw beginnen? Contemplatie voegt daar alleen maar gebakken lucht – ja, ik zat nog steeds op de W.C. – aan toe. Nu kan ik jouw antwoord, als filosoof, wel vermoeden, maar laten we soms ook eens onze eigen vooronderstellingen, onze heilige huisjes, onderzoeken, zeker als deze niet door iedereen worden gedeeld. Mijn tweede vraag is dan zelf tweeledig: gesteld dat het erg is, kunnen we er wat aan doen, en gesteld dat we er wat een kunnen doen, met welke houding moeten we er dan wat aan doen? Moeten we, als een soort missionarissen, aanschouwing aan de mens brengen? Moeten we het verkopen? Of is het niet ergens tegenstrijdig om reclame te maken voor filosofie? Om het te hebben over het nut van contemplatie? Maar – kunnen we wat anders? Moeten we bovendien niet ook met meer concrete, meetbare resultaten komen, die een beetje duidelijk en makkelijk behapbaar zijn? Slogans, catch phrases, tags? Had ik je, bedenk ik me nu, niet beter deze vragen kunnen stellen middels een enquête met likertschaal? Valt wezenlijke waarde wel werkelijk te meten?

Genoeg vragen die daar in die kleine, bedrukte, maar voor mij inmiddels heilige ruimte ontstonden! En terwijl ik doortrok – iedere consumptie moet in een conclusie eindigen, nietwaar? – dacht ik vooral: ik ben benieuwd naar jouw conclusies in deze, beste Baruch! Kies één vraag, kies ze allemaal. Laat je horen! En kies ook een mooie plek uit om deze zaken te overdenken. Mocht je nu, net als ik, de W.C. overwegen, overweeg dan wellicht ook een nieuwe betekenis van deze afkorting – een nieuwe geuzennaam voor de filosofen, als we toch met slogans moeten beginnen: de W.C.’s – de Waardige Contemplators.

Mail je reactie naar spinoza@vfvo.nl→